Corendon vs. Sunweb: gelijk hebben, gelijk krijgen en Covid-19

Marjolein van Leeuwen
Marjolein van Leeuwen, JPR Advocaten
8 december 2020
Vanaf 2017 tot mei 2019 hebben Sunweb en Corendon onderhandeld over de overname van Corendon door Sunweb. Nu wil Sunweb de overname annuleren.
header image

Vanaf 2017 tot mei 2019 hebben Sunscreen (de houdstermaatschappij van Sunweb Group) en Corendon Holiday met elkaar onderhandeld over de overdracht van alle aandelen in Corendon Holding aan Sunscreen. Op 6 december 2019 werd de koopovereenkomst (SPA) getekend.

In die SPA werd de levering van de aandelen (closing) afhankelijk gesteld van een aantal opschortende voorwaarden. Daarbij werd een long stop date (31 oktober 2020) overeengekomen. Dat is een datum waarop aan alle opschortende voorwaarden moest zijn voldaan, bij gebreke waarvan de partijen beiden gerechtigd zouden zijn om de SPA op te zeggen.

Sunscreen heeft bij het verstrijken van de long stop date gesteld dat niet aan alle opschortende voorwaarden zou zijn voldaan en heeft de SPA daarom opgezegd. 

Voldaan aan opschortende voorwaarden 

Corendon is van mening dat juist wel aan de opschortende voorwaarden is voldaan en dat de opzegging ten onrechte is gedaan. In het door Corendon geïnitieerde kort geding werd, kort gezegd, verzocht om Sunscreen te gebieden haar medewerking te verlenen aan de closing.

In de uitspraak van 7 december 2020 die de Rechtbank Amsterdam deed in het door Corendon geïnitieerde kort geding heeft de Rechtbank Amsterdam aangegeven dat voldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat aan alle opschortende voorwaarden is voldaan. Aan Corendon wordt in principe dus gelijk gegeven door Rechtbank Amsterdam. 

Afwijzing vordering 

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Corendon echter niet toe. Waarom niet?

Een kort geding is ervoor bedoeld om in spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening aan de rechter te verzoeken, welke zal gelden totdat een rechter in de bodemprocedure over die kwestie beslist heeft. De wet bepaalt dat die onmiddellijke (en voorlopige) voorziening geen nadeel mag toebrengen aan de bodemprocedure. In een kort geding kan dus niet om een definitieve vaststelling van de verhouding tussen partijen worden gevraagd, maar kan enkel op basis van een voorlopig oordeel van de rechter worden verzocht om iets te doen (een gebod) of na te laten (een verbod)

De voorzieningenrechter overweegt dat de Covid-19-crisis van doorslaggevend belang is. Beide partijen hebben verschillende feiten en omstandigheden aangevoerd (ontleend aan de SPA) waarom de Covid-19-crisis voor rekening en risico van de ander dient te komen, die uiteindelijk buiten de scope van het kort geding vallen, maar in een bodemprocedure wel van belang kunnen zijn.

Voor de voorzieningenrechter is het juist in dat licht en onder de huidige omstandigheden niet te overzien wat de gevolgen van een afgedwongen overname zouden zijn voor de continuïteit van de gecombineerde onderneming Corendon/Sunweb. Aan de voorzieningenrechter is in feite een 'alles of niets'-beslissing gevraagd en dat is volgens de voorzieningenrechter niet op zijn plaats. De voorzieningenrechter grijpt dus terug op het karakter van de kort geding-procedure en geeft aan dat hij de gevraagde voorziening niet kan treffen. 

Opnieuw om tafel 

Rechtbank Amsterdam geeft nog wel het volgende mee. Ook al is in de SPA afgezien van de mogelijkheid tot ontbinding van de SPA of mogelijkheid om de rechter te verzoeken om de overeenkomst aan te passen wegens onvoorziene omstandigheden, dan nog kunnen partijen in onderling overleg wel tot afwijkende afspraken komen. Sterker nog, de voorzieningenrechter vindt zelfs dat partijen tegen het licht van de omstandigheden op grond van de redelijkheid en billijkheid gehouden zijn om met elkaar in heronderhandeling te treden.

Uiteindelijk had Corendon blijkens deze uitspraak gelijk over de opschortende voorwaarden. Het zal voor Corendon echter niet hebben gevoeld als het krijgen van gelijk, nu de vordering is afgewezen en de closing nog immer op zich laat wachten. Corendon heeft direct laten weten in hoger beroep te zullen gaan tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. 

Geschreven door
Marjolein van Leeuwen, JPR Advocaten

Marjolein van Leeuwen is sinds 2007 advocaat bij JPR Advocaten en partner vanaf 2018. Zij houdt zich bezig met fusies en overnames, het opstellen van (internationale) overeenkomsten en staat ondernemers bij in geschillen. In 2013 rondde Marjolein haar Grotius specialisatieopleiding Vennootschaps- en Ondernemingsrecht af.

Nieuwste verhalen